CHRISTELIJK DARWIN-CONGRES: MOOI EINDE, GOED BEGIN

Darwin-congres 2009 voor Nederlandse christenen

Een terugblik, geschreven kort na afloop.
Hier gepubliceerd in februari 2013 na het bericht dat ForumC een subsidie van 70.000 euro ontvangt van de Amerikaanse organisatie Biologos “om de discussie over schepping en evolutie te verbeteren”.

*

Wat het christelijke Darwin-congres van zaterdag 6 juni [2009] in Nijkerk bereikte is genoeg voor een goed gevoel. Maar het had meer kunnen zijn. Er is met geen woord gerept over het moderniseringsproces. In dat proces zijn mensen sinds mensenheugenis opgenomen, sinds mensenheugenis gaat het ook steeds sneller, en de zaak in kwestie is er een duidelijk voorbeeld van. Hier had men gerust een hele voordracht aan mogen wijden. Misschien zou het goede gevoel dan sneller uitgroeien tot een overtuiging.

Doel van het congres was immers niet zozeer om wie dan ook een bepaalde opvatting over schepping en evolutie bij te brengen, als wel om de deelnemers een bepaalde opvatting over elkaar bij te brengen. Voor- en tegenstanders van meer acceptatie van moderne wetenschap zijn aangemoedigd om alle neiging tot wederzijdse verdacht- en belachelijkmaking te laten varen – of, in het positieve: uitgenodigd om te beamen dat het gemeenschappelijk geloof in Jezus Christus als Zoon van God en Verlosser belangrijker is dan de onvermijdelijk verschillende afwegingen tussen de betekenis van geloof en die van wetenschap, als het om de geschiedenis van het leven op aarde gaat.

Er werden mooie, passende liederen gezongen, er is gebeden en gedankt, en in het openingswoord werd iets aangehaald van de ‘onversneden’-christelijke C. S. Lewis. En toen gebeurde het. Onder auspiciën van onder meer de Evangelische Hogeschool, voormalig bolwerk van creationisme, spraken diverse orthodox-christelijke opinieleiders en wetenschapsmensen urenlang met elkaar en met het publiek over evolutie op een manier alsof de evolutietheorie nu minstens een bespreekbare mogelijkheid is voor christenen. Het is, zo mogen we nu stellen, een voldongen feit dat die theorie in orthodox-christelijke kring volkomen aanvaard is. Uiteraard niet als verplichte manier van denken maar wel, minstens, als een legitieme en gangbare.

Of is dat toch een voorbarige gedachte? Toegegeven, een wens is bij mij de vader van deze gedachte. Vorige zomer las ik (zonder duidelijke aanleiding) The Origin of Species en was zeer gefascineerd. Daarna zag ik dat het volgende jaar een Darwin-jaar zou zijn. Toen dacht ik: wat zou het mooi zijn als straks dat jaar in christelijke kring werd aangegrepen voor een collectief en publiek afscheid van de nog altijd vaag-vanzelfsprekende verwachting dat men gelooft in een recente zesdaagse schepping. Ik schreef een mailtje van deze strekking naar een bevriende redacteur van het Nederlands Dagblad. Het antwoord luidde dat Darwin zeker de nodige aandacht zou krijgen.

Het Darwinjaar was nauwelijks begonnen of er was al meer bereikt dan ik had durven hopen. Ik bedoel het radio-interview van Koos van Noppen met Gijsbert van den Brink op 3 januari 2009. In de ontwikkeling die toen op gang kwam was het congres van 6 juni in Nijkerk misschien een voorlopig eindpunt. De genoemde vaag-vanzelfsprekende verwachting behoort tot het verleden. Een andere vraag is: hoe nu verder. Eindelijk een vraag van belang.

Het wil natuurlijk niet zeggen dat nu ook alle verschillen in afweging van geloof en wetenschap tot het verleden behoren. Die verschillen noemde ik ‘onvermijdelijk’. Ze lijken mij tot op grote hoogte zelfs een goede zaak. Het zou vreemd en verontrustend zijn als ze er niet waren. Geen twee mensen hebben dezelfde vingerafdruk. Geen twee mensen gaan ook precies even graag en gladjes mee in het onomkeerbare proces dat modernisering heet.

Modernisering zie ik als een soort menselijke-natuurwet. Zij hangt samen met een ingrijpend verschil tussen mens en dier. Mensen kunnen leren en daarbij op de schouders van het voorgeslacht staan. Kennis wordt groter en de wereld wordt kleiner, om nooit meer hun oude formaat te krijgen. Versnelling van dat proces is al even onvermijdelijk als de richting; zo ook de versnelling van de versnelling. Niet dat de richting volkomen vastligt, of dat er geen grote rampen in het verschiet kunnen liggen. Hakken hebben we om in het zand te zetten – soms. Bijna niet één stadium van het moderniseringsproces kun je bij voorbaat compleet betreuren of bejubelen. Vaak is het in hoge mate een gegeven, zoals de volwassenwording van een kind. Altijd op de rem staan is even onzinnig als altijd mee ‘vooruit’ hollen. Verschil in voorkeur, spontaan en doordacht, zal er altijd zijn.

Intussen zou voor christenen het gemeenschappelijk geloof in een eeuwige God, Schepper en Verlosser belangrijker moeten zijn dan hun onderling verschil in waardering voor de uitkomsten van moderne wetenschap. Het is mooi als christenen op een congres over dat verschil samen zingen en bidden en normaal kunnen praten, en zodoende gesterkt worden in het gevoel dat dit toch allemaal moet kunnen. Laat het de geschiedenis ingaan als de Nijkerkse Ontroering. Dat gevoel kan wegzakken. Het kan ook doorgroeien in de richting van inzicht en zekerheid. Wat hierbij zeker helpt is een besef dat het verschil ten diepste een zaak van alle tijden is, want een zaak van modernisering.

Dit laatste werd zaterdag door niemand naar voren gebracht. Toch was het congres veel beter dan niets. Het was een goed begin van het vervolg.

Advertenties